Een aangename verrassing. Maar voorlopig blijf ik elders

Het nieuwe jaar, 2012, begon met een aangename verassing. Ik kon weer in het menu van mijn oude weblog, deze dus.

In augustus 2011 raakte ik de beheersing erover kwijt door de verhuisproblemen bij Weblog.nl, tot dan bekend als Web-log.nl (met het streepje). Toen de problemen aanhielden, ben ik op 10 oktober verder gegaan op WordPress met een nieuwe weblog, jandirksnel.wordpress.com. Daar kunt u dus mijn stukjes van de laatste maanden vinden. En voorlopig blijk ik daar ook maar.

Het aardige is overigens dat Weblog.nl is overgegaan op het systeem van WordPress, zodat het nieuwe menu direct bekend voorkomt. Maar de teksten zien er na de verhuizing niet geheel ongeschonden uit. De komende weken ga ik de ongeveer vijfhonderd stukjes die ik hier tussen mei 2005 en juli 2011 geplaatst had, eerst maar eens doorkijken en weer op orde brengen. Het valt me nu bijvoorbeeld op dat diverse stukjes twee keer geplaatst zijn en ik moet nog uitzoeken waarom dat zo is.

Tegelijk ga ik dan eens bekijken welke het verdienen toegankelijk te blijven en welke de tand des tijds niet doorstaan hebben of om andere redenen beter onzichtbaar gemaakt kunnen worden. Ook zal ik de categorieën opnieuw toe moeten voegen en tags aan moeten brengen, waarbij ik meteen kan kijken of de oude indeling nog voldeed. En ik zal nog eens naar de opmaak en andere frutsels, die geloof ik widgets of zo heten, en naar menu-opties kijken.

Ik heb wel de indruk dat enkele stukjes die altijd nog wel in het menu stonden, maar om die om een of andere reden onzichtbaar waren gemaakt, weg zijn, maar misschien is dat maar het beste ook. Ik denk wel dat daar ook wat stukjes bij waren die nooit zichtbaar waren gemaakt, maar waarin aanzetten stonden die nog eens uitgewerkt moesten worden, daarbij ook verdwenen zijn, maar ook dat moet ik nog uitzoeken. En als ik er al zo lang niet meer aan gedacht had of er iets van gemaakt had, is dat misschien ook niet zo erg. Ik ben vooral blij dat ik weer bij de 553 stukjes kan, die ooit wel gepubliceerd zijn.

Maar om het kort te houden: voorlopig zult u mijn nieuwe stukjes dus moeten zoeken op mijn nieuwe weblog Jan Dirk Snel. Daar heb ik tussen 10 oktober 2011 en 31 oktober 2011, in een periode van 83 dagen dus, al 45 bijdragen geplaatst. En vandaag had ik daar mijn eerste stukje van 2012 geplaatst, dat toepasselijk Een gelukkig Nieuwjaar! Over het persoonlijke als cliché heet. Ik hoop dat u daar eens langs komt kijken.

Hier zal de komende weken vooral van alles achter de schermen en in de bestaande stukjes gebeuren, waarbij ik overigens niet van plan ben ze inhoudelijk te wijzigen, al kan ik me voorstellen dat toevoegingen bij het nalezen een enkele keer noodzakelijk zullen blijken te zijn, maar inhoudelijke wijzigingen zal ik dan ook nadrukkelijk aangeven.

Thema’s

Soms voel ik me als de bekende ezel tussen twee hooischelven, die maar niet kan kiezen van welk van beide van beide partijen met hooi hij een hap zal nemen. Er zijn zoveel thema’s die ik zou willen bestuderen, en zoveel boeken die ik graag wil lezen, dat ik soms niet weet hoe ik mijn prioriteiten bepalen wil. Wat vind ik echt belangrijk? Of wat vind ik nog belangrijker dan andere belangrijke zaken?

Op dit moment ben ik vooral aan het opruimen, maar het is de bedoeling dat ik ondertussen nadenk over wat ik daarna, naast noodzakelijk werk, ga ondernemen. Ik noem enkele thema’s:

-

Belofte
1. Oude belofte, die ik nu niet nader aanduid. Al drie jaar geleden heb ik een uitgever beloofd een boek te schrijven. Ik noem het thema nu niet, maar in de komende maand ga ik er hard aan werken. Ik ga dan vooral kijken of het me gaat lukken en of het allemaal nog zin heeft. Maar mocht het oorspronkelijke thema nu niet meer actueel zijn, dan weet ik nog wel een weg om dit thema op een aangepaste manier uit te werken. Dit gaat me zeker enkele maanden kosten.

-

Democratie
2. Democratie. Democratie is een systeem van politieke elitevorming bij gelijke politieke rechten. Ik neem aan dat dit de meest gangbare omschrijving is. Maar hoe volledig is deze elementaire beschrijving? Wat bedoelen mensen eigenlijk als ze het over democratie hebben? Is er een onuitgesproken consensus of niet? Verandert de inhoud van wat mensen zich bewust, onbewust en vooral halfbewust voorstellen bij democratie in de loop van de tijd? Waarom duiden we onze politieke ordening en de onze maatschappelijke orde – ik kies hier een ander substantief, omdat de maatschappij wel een orde kent, maar die niet uit bewuste ordening hoeft voort te komen – aan met het woord “democratie”, terwijl dat in feite slechts een klein gedeelte van het gehele politieke bestel aanduidt?

Bij democratie gaat het om algemeen kiesrecht. Meestal dient dat kiesrecht om een parlement te kiezen, maar er zijn ook systemen waarbij bepaalde onderdelen van de uitvoerende macht via verkiezingen gekozen worden. Maar in alle gevallen is het democratische element maar een miniem, zij het niet onbelangrijk onderdeel van de totale rechtsstaat. De crux ligt er in dat wij bij recht direct denken aan gelijke rechten en dus aan democratie. Je kunt niet de een stemrecht geven en de ander wel.

Maar waar het uiteindelijk opaan komt, is natuurlijk het gehele bouwwerk van de rechtsstaat. Om een voorbeeld te noemen: het is zeker zo belangrijk dat er een eind komt aan de termijn van een volksvertegenwoordiging of een regering. Dat een Amerikaanse president na maximaal acht jaar definitief zijn functie moet opgeven, is een uitvloeisel van de wet. Hij wordt niet weggestemd, nee, er komt een eind aan zijn ambtstermijn en hij mag zich niet herkiesbaar stellen na twee termijnen. In Nederland wordt er wel eens gezegd dat we politici kunnen “wegstemmen”, maar dat is natuurlijk faliekante onzin. Als een politicus zich voor een vertegenwoordigend lichaam opnieuw verkiesbaar stelt, dan kun je besluiten niet op hem te stemmen.

De vraag is nu waarom we nooit een adequate aanduiding voor die gehele rechtsstaat hebben gevonden, maar gebruik maken van een pars pro toto: democratie. Dat zegt iets over het belang dat dit onderdeel van de politiekelitevorming inneemt. Het zegt vooral ook iets over de manier waarop mensen naar het politieke bestel kijken. Onlangs moest Raoul Heertje door die merkwaardig gekapte politicus uit Venlo gecorrigeerd worden: Heertje beweerde dat wij Balkenende gekozen hadden. De politicus greep in: nee, wij kiezen in dit lang geen minister-president. Heertje leek het nauwelijks te begrijpen. Je kunt je natuurlijk verbazen over zijn gebrek aan besef, maar de vraag is waar het misverstand bij hem vandaan komt en of het nou schadelijk is of niet. Draagt het idee dat mensen denken dat we de regering kiezen, ook al is dat niet waar, bij aan de legitimatie van het systeem. Functioneert ons bestel beter dankzij dit soort misverstanden?

Hier dienen zich mooie vragen aan voor een nadere studie. Wat denken mensen over democratie? En wat is het?

-

Scheiding
3. De scheiding tussen kerk en staat en de relatie tussen politiek en religie. Op zich is het duidelijk: de feitelijke scheiding tussen kerk en staat heeft een nauwere relatie tussen religie en politiek mogelijk gemaakt. Op zich zeg ik het zo iets te ongenuanceerd: statelijke tolerantie heeft die relatie mogelijk gemaakt. Er zijn immers ook landen waar nooit een scheiding tussen kerk en staat is doorgevoerd, zoals Engeland, waar toch allerlei kerken, religies en levensbeschouwingen mogelijk zijn. Je hoeft in Engeland geen lid van de Church of England te zijn om deel uit te maken van het parlement of lid van de regering te zijn, ook al is het staatshoofd hoofd van de Engelse kerk. De feitelijke scheiding tussen kerk en staat is dus niet het belangrijkste.

Ik zou me ook af willen vragen waarom ik dit thema nu zo belangrijk vind. Persoonlijk zie ik immers geen positieve band tussen religie en politiek. Maar ik vind het wel belangrijk dat in het politieke domein de strijd der waarden open gestreden kan worden. Maar waar gaat het dan precies om? Om de strijd tussen die waarden of om een zekere modus vivendi tussen al die waarden in het politieke domein? Wat betekent tolerantie? In hoeverre kan of moet een overheid neutraal zijn? In hoeverre moet het staatsgezag juist staan voor bepaalde waarden? En in hoeverre zijn dergelijke waarden dan gebonden aan levensbeschouwingen, religies en zelfs kerken? Of vormt de politiek eigen waardenconstellaties?

Dit is een boeiend terrein, waarbij een historisch overzicht van zowel feitelijke ontwikkelingen als van politieke strevingen van een groot nut is. Maar er spelen ook veel actuele vragen mee. Het gaat ook om tolerantie, om neutraliteit, om cultuurpolitiek en meer. Ik heb altijd de neiging om sterk naar de feiten te kijken, maar de centrale woorden en begrippen hebben in elk land al weer een andere betekenis. Soms staat kerk domweg voor religie en soms betekent staat ook politiek in bredere zin. Zolang het om strevingen en idealen gaat, is daar ook niets op tegen, maar als begrippen verwarrend worden gebruikt om een discussie te besluiten voordat die begonnen is, dan is het wat anders.

-

Verzuiling
4. Verzuiling. Over verzuiling zou ik wel eens een groot overzicht willen schrijven. Of eigenlijk zou ik twee boeken willen schrijven: een kort essayachtig boekje van pakweg 120 bladzijden waarin mijn visie kort weergeef, en een langer handboek, waarin alles over de verzuiling samengevat wordt.

Mijn visie is op zich heel simpel: bij de Nederlandse verzuiling ging het om het breken van de protestantse natie. Rond 1850 was Nederland een protestants land met een aanzienlijke katholieke minderheid. Die katholieke minderheid is geheel verklaarbaar in de volgende decennia verzuild geraakt. De protestanten zijn uiteengevallen in een aantal verschillende oriëntaties: 1. de vaak, maar niet altijd religieus vrijzinnige bovenlaag werd politiek vaak liberaal, 2. de onkerkse arbeiders werden vaak socialistisch (of communistisch), 3. de vaak orthodoxe middengroepen werden politiek antirevolutionair of christelijk-historisch.

Eerst kreeg je een maatschappelijke breuklijn tussen vrijzinnige liberalen en orthodoxe antirevolutionairen. Daarna viel de eerste groep uiteen in sociaaldemocraten en liberalen van verschillende snit. En de tweede groep viel uiteen in gereformeerde antirevolutionairen en hervormde christelijk-historischen. Het ligt allemaal nog ingewikkelder en genuanceerder, maar dit zijn de grote lijnen.

Op zich is het anders dan normaal dat de protestantse natie uiteenviel. Dat gebeurde overal. Het bijzondere was dat de levensbeschouwelijks oriëntatie zo belangrijk werd dat zich iets als verzuiling vormde. Nu denk ik dat je pas van verzuiling moet spreken als er zich een inherent verband voordoet tussen verschillende organisaties op dezelfde levensbeschouwelijke grondslag.

En dan kun je laten zien dat slechts ongeveer de helft van de Nederlandse samenleving verzuild raakte. Binnen de meer dan zestig procent van de bevolking die protestants was, kun je eigenlijk alleen maar van een gereformeerd-antirevolutionaire zuil spreken. En dan had je nog de katholieken, die echter beneden de grote rivieren ook weer de regionaal dominante cultuur vormden. De meeste protestanten waren niet in eigenlijke zin verzuild, maar vaak maakten mensen wel deel uit van organisaties op levensbeschouwelijks grondslag.

In diverse opzichten zou ik weer aan willen sluiten bij de vroege theorieën uit de jaren vijftig en vooral tegen de visie van Lijphart in willen gaan, die althans in populaire vorm neerkomt op de gedachte dat de mensen min of meer in de zuilen opgesloten waren en dat de elites van de zuilen met elkaar praatten. Ik denk dat het eerder omgekeerd was: de elites zaten in allerlei besturen voortdurend met elkaar te vergaderen, terwijl de achterban in het dagelijks leven veel meer met andersdenkenden in aanraking kwam, op het werk, in de winkel, in de straat en zo meer.

Aan de ene kant moet je recht doen aan de verzuiling, maar tevens zul je moeten erkennen dat zo ongeveer de helft van de Nederlanders nooit het idee gehad kan hebben in een “zuil” opgesloten te zitten, omdat men of vooral deel uitmaakte van de traditionele lokale volkscultuur of van de moderne stadscultuur. Boven de grote rivieren waren het alleen katholieken en gereformeerden die min of meer in een streng afgebakende subcultuur leefden. Daarbij ging het dus om twee tamelijk kleine minderheden. Beneden de grote rivieren was de dominante katholieke cultuur streng gereguleerd, maar verder was er ook weinig afwijkends te vinden. Kortom, je moet de betekenis van verzuiling niet overdrijven.

Maar om dit uit te werken zou ik alle literatuur nog eens grondig door moeten werken.

-

Verlegenheid
Maar dit zijn slechts enkele van de thema’s die me bezighouden. Op filosofisch gebied wil ik vooral bijlezen in de filosofie van de geest en in het algemeen in de Engelse en Amerikaanse filosofie van de afgelopen eeuw. Daar ben ik momenteel ook mee bezig. En ik wil veel meer lezen over de Europese en wereldgeschiedenis van de laatste twee eeuwen.

De vraag die me nu bezighoudt, is eigenlijk of ik over dit soort dingen wel wil schrijven in een weblog. Wie heeft hier iets aan? Heeft het zin om reflecties over deze thema’s in de toekomst op te schrijven? Zou dat iets opleveren?

En zou commentaar bij lectuur iets opleveren? Ik weet dat echt niet.

Naschrift januari 2012. Van dat boek onder het eerste punt is nooit iets terechtgekomen. Van de overige punten overigens ook niet al te veel, maar ze houden me nog wel steeds bezig. Op een bepaalde wijze geldt dat overigens ook wel voor het eerste thema.

(17)

 

Meningen en belevenissen

Nog steeds vraag ik me een beetje af of ik wel door moet gaan met deze weblog. Nog steeds moet ik een keuze maken waarover het zou moeten gaan. Het gaat dan om 1. meningen en 2. belevenissen.

Ad 1. Meningen. De vraag is natuurlijk hoe vaak ik meningen zal hebben, die ik ook nog de moeite van het opschrijven waard vind. Natuurlijk heb ik elke dag wel zo mijn opvattingen over wat ik in het nieuws hoor, maar ik heb weinig zin om op alle mogelijke voorbijkomende berichtjes te reageren. Waarom zou je schrijven over iets dat toch zo weer vergeten is? Meningen zullen vooral moeten gaan over thema’s die wat langer van belang zijn of die als zodanig wat fundamenteler zijn.

Ad 2. Belevenissen. Ik ben absoluut niet van plan om hier een openbaar dagboek van te maken, waarin mijn gehele leven van dag tot dag verteld wordt. Maar de vraag is in hoeverre ik toch belevenissen, ervaringen die iets betekenen, de aanleiding zouden kunnen vormen voor het schrijven van een stukje. In hoeverre wil ik schrijven over waar ik mee bezig ben? Dat is een vraag waar ik nog niet goed uit ben.

(16)

Hoe verder?

Een van de vragen die ik me op de eerste post stelde, was of dit “al dan niet een bevlieging van voorbijgaande aard” zou zijn. Dat is nog steeds een beetje de vraag. Hoe lang zullen er spontaan meningen bij me opkomen? Waar zullen die over gaan?

Een andere vraag is in hoeverre ik het bij meningen houd of ook over belevenissen en ervaringen ga schrijven. Maar eigenlijk was ik niet van plan hier een soort openbaar dagboek op internet van te maken. Soms is het wel verleidelijk …

“Ik liep vandaag in de stad en toen sprak ik bij Scheltema met … En toen ik even later bij Athenaeum was, groette D. mij nog in het voorbijgaan, zag trouwens ook M., terwijl even later op de Singel H. nog vrolijk groetend voorbijfietste, terwijl Sijbolt Noorda met zijn fiets op de tramrail een tram de weg versperde, omdat hij een gesprek met Rudi Fuchs stond te voeren.”

Zoiets? Ik denk eigenlijk van niet. Het zou uitgebreider moeten en het is saai.

Ik bekijk het allemaal nog even. De eerste dag heb ik een paar mensen de link gegeven en daarna ben ik daarmee gestopt. Ik wil het eerst even aankijken.

Moet ik dan ook schrijven dat ik vandaag Freedom Evolves van Daniel C. Dennett heb gekocht? Lijkt me razend interessant, maar wanneer kom ik eraan toe? Dat geldt ook de geschiedenis van de politieke filosofie die ik niet kon laten liggen en een boekje van Michael Ignatieff. En dan heb ik me ernstig ingehouden.

Bovendien voelt dit persoonlijker aan dan wanneer je een stukje in een blad schrijft. Daar besef je niet dat iemand het leest; hier besef je veel duidelijker dat een paar mensen lezen wat jij net geschreven hebt. Laat ik maar even afwachten of er een zeker denkengagement blijft of komt.

(13)

Toch meningen

Ik was het niet van plan, maar ik ga hier toch van tijd tot tijd meningen neerzetten. Deze weblog is geheel per ongeluk ontstaan. Twee dagen geleden had ik nog geen enkel plan in deze richting. Het is een bijproduct van een andere activiteit.

Voor de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis zouden Jaap de Jong en ik eigenlijk een website gaan maken. Dat willen we trouwens nog steeds, maar we kwamen er maar steeds niet aan toe. Afgelopen zondagavond kwam Jaap op het idee om dan maar voorlopig de toevlucht te nemen tot een weblog en hij had er direct een aangemaakt: vnkonline.web-log.nl. Om 22.48 stuurde hij mij onverwacht de activeringscode. Tien minuten later – het valt op de site na te kijken – stond het programma van de studiedag “Koude oorlog in de kerken” op 4 juni provisorisch online. Het bleek allemaal zo simpel en zo aardig, dat ik dezelfde avond nog besloot ook voor mezelf een weblog aan te maken.

Aanvankelijk wilde ik er alleen maar aankondigingen van en verwijzingen naar activiteiten waar ik bij betrokken ben, op zetten. Maar nu bedacht ik dat het misschien niet zo gek is om er zo af en toe toch meningen te plaatsen. Niet dat ik verwacht dat er voorlopig ook maar een hond is, die dit leest, maar ach, wat maakt dat uit? Als je een stukje in de krant schrijft, merk je er meestal ook niets van dat her en der wel iemand er een blik op zal slaan. Op dit moment ben ik vooral benieuwd of dit al dan niet een bevlieging van voorbijgaande aard is. Dit is nog geen mening, maar ze komen wel!

Naschrift januari 2012. De weblog vnkonline.web-log.nl bestaat niet meer. Die is inmiddels vervangen door een website, die zowel bereikbaar is onder www.vnkonline.nl  als onder www.nederlandsekerkgeschiedenis.nl. De twee in dit stukje genoemden zijn daar niet meer bij betrokken.

(1)