Het Nationaal Historisch Museum bestaat allang

.:.

Het Nationaal Historisch Museum lijkt er nu definitief niet te komen. Vanaf 1 januari 2012 is het met elke vorm van subsidie voorbij, heeft staatssecretaris Halbe Zijlstra de directie laten weten.

-

Ik geloof niet dat we hierom hoeven te treuren. Ooit was het een mooi idee van Jan Marijnissen. Meer aandacht voor Nederlandse geschiedenis was niet zo slecht. En wie iets aan geschiedenis wil hebben, moet eerst de chronologie een beetje in zijn hoofd hebben. Dan ben je namelijk pas in staat om ontwikkelingen te vatten. De nationale geschiedenis is niet het doel op zich, maar het kader dat je nodig hebt om concrete thema’s vervolgens te kunnen te plaatsen en begrijpen – en er iets mee te doen.

Maar het ging al snel mis. De aanwijzing van Arnhem riep weerstand op. Den Haag had als hoofdstad van het politieke leven waarschijnlijk meer voor de hand gelegen. Want hoe je het ook wendt of keert, politiek is altijd de kern van een nationaal historisch verhaal. O ja, je kunt geschiedenis op vele andere wijzen vertellen en dat gebeurt gelukkig ook, maar wie een museum over Nederlandse geschiedenis opzet, heeft nu eenmaal met een politieke entiteit, dit land, Nederland, te maken en die dient dus de politieke geschiedenis als ruggengraat te nemen, waar de rest, zeg de cultuur en de economie, dan vooral bij moet. Den Haag is dan een geschiktere plaats dan de oude hoofdstad van het kwartier Veluwe van het hertogdom Gelre.

Daarna was er gedoe over het gebouw. De directeuren hadden misschien niet eens zo ongelijk dat ze een bestaande locatie aan de Rijn verkozen boven nieuwbouw in het bos ten noorden van de stad. Maar ze hadden niet voldoende naar draagvlak gezocht voor hun op zich daadkrachtige aanpak.

Dat kwam vooral door de wijze waarop ze de eerste plannen presenteerden. Veel te veel postmodern gefriemel, eigenlijk alles waar het museum als panacee tegen bedoeld was. Al dat gedoe met thema’s, met perspectieven, dat kennen we nu wel. Ik bedoel: het is er allemaal en het is ook wel belangrijk, maar pas in tweede instantie. Wie nu een Nationaal Historisch Museum op wil zetten, moet beginnen met te onderzoeken welk verhaal nu dringend verteld moet worden. Het museum was bedoeld voor het verbindende achtergrondverhaal. Dan moet je niet over het musem als ‘merk’ beginnen. Dan moet je inzetten op simpel ambachtelijk werk. Natuurlijk, iedereen vertelt hetzelfde verhaal van de Nederlandse geschiedenis op verschillende wijzen. Maar al die verhalen gaan uiteindelijk toch over hetzelfde. Er is een harde kern waar niemand aan voorbij kan. Dat is veel interessanter dan dat dat kernverhaal op duizenden wijzen verwoord en verbeeld kan worden. Naar wat vanuit hedendaags perspectief het noodzakelijke verhaal is, daar had de directie op in moeten zetten.

-

Het werd allemaal niets. Het lijkt me dan ook niet erg dat in een tijd van bezuinigingen plannen voor een nieuw project stopgezet worden. Het is altijd mogelijk om over een paar jaar, in tijden dat de overheid meer te besteden heeft, nog eens opnieuw te beginnen. En het is dan de vraag of je de hele geschiedenis van Nederland moet willen behappen. Mij lijkt dat een museum van het huidige koninkrijk, dat sinds 1815 – niet 1813 – bestaat, meer zin heeft dan een ding dat twintig eeuwen wil beslaan. En anders moet je je tot de ruim vier eeuwen sinds het ontstaan van de Republiek beperken. Daarvoor waren de huidige Nederlandse gebieden gewoon een onderdeel van het (Heilige) Romeinse Rijk.

Maar die gebieden waren er natuurlijk wel en die herkennen we nu nog vaak terug in de provincies. Het lijkt me daarom goed alle aandacht te vestigen op de geschiedenisafdelingen in de provinciale musea. Die hebben een veel langer verhaal te vertellen, ver van voor het ontstaan van Nederland. De huidige provincies gaan immers – op Limburg en Flevoland na – terug op oude hertogdommen, graafschappen en heerlijkheden (en zelfs Limburg heeft op de valreep – provincie Maastricht was het initiële voorstel – de naam van een oud, zuidelijker gelegen hertogdommetje gekregen). Het nadeel is dat veel van die provinciale musea diverse taken tegelijk hebben. Of: eigenlijk is dat juist heel mooi. Kunst en geschiedenis horen bij elkaar. Maar niet altijd is dat een goede presentatie van de geschiedenis te goede gekomen. In het oude Groninger Museum had je bijvoorbeeld een aardige geschiedenisafdeling, die nu ongetwijfeld wat verouderd zou aandoen. Maar ik herinner me dat ik daar ooit toch enkele hoofdlijnen van de geschiedenis van Stand en Lande heb opgedaan. Na de verhuizing naar het nieuwe gebouw in het Verbindingskanaal was er van die historische afdeling niet veel meer over. Ik weet niet hoe het nu is.

Maar het zou goed zijn om eens te inventariseren hoe het met die provinciale musea zit. Hoe het met de geschiedenis in de stedelijke en gemeentelijke musea zit. Dat zijn de musea die een belangrijke rol in het educatieproces kunnen spelen. Een nationaal museum was aardig, maar in een dag prop je niet de hele geschiedenis van een land in je hoofd. Op school leer je het kader. Maar langzaam vul je dat in. Dat kan heel goed met verhalen over de lokale en gewestelijke omgeving. Politici beginnen graag met iets nieuws, maar het bestaande bijhouden of verbeteren is vaak veel belangrijker. De lokale, stedelijke, regionale en gewestelijke historische musea vormen in feite het ene Nationaal Historisch Museum, die bij stukjes en beetjes samen een verhaal vertellen. Wie het Amsterdams Historisch Museum bezoekt, leert ook al aardig wat over Holland en de Republiek en het Koninkrijk, zij het vanuit een eenzijdig perspectief. Het Rijksmuseum kan straks in de geïntegreerde opzet wel een aardig deel van de geschiedenis van de Republiek vertellen, zij het niet het hele verhaal. Maar voor andere aspecten kun je dan weer elders terecht. In het Openluchtmuseum in Arnhem zie je weer andere, meer alledaagse aspecten van het bestaan. In Museum Catharijneconvent leer je weer over de belevingswereld van mensen in vroeger tijden. Und so weiter.

In die zin hebben we al lang een Nationaal Historisch Museum, verspreid over vele locaties. Als politici zich nu eens toelegden op het onderhouden en verbeteren van wat er al is?

-

Overigens zou wat meer aandacht voor de geschiedenis van Europa en de wereld misschien nog wel belangrijker zijn. Maar dat is iets voor een later stukje.

.:.

De reactiemogelijkheid is gesloten