Het huidige nihilisme

.:.

Wat is de kern van het huidige nihilisme? Doen alsof de islam – een marginaal verschijnsel – een serieus issue is. Werkelijkheidsverlies.

Dat was de inhoud van een tweet die ik gisteravond plaatste en die op enige weerklank stuitte. Het merkwaardige is dat je zoiets te midden van de huidige gekte moet opmerken. En dan zijn er nog steeds mensen die het niet zien – of beter: niet zien willen.

Wat is de grote schande van de zogenaamde gedoogverklaring die Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders op 30 juli gezamenlijk aflegden? Dat in de eerste zin het woord ‘islam’ voorkomt. Niet omdat je over de islam niet van alles zou kunnen opmerken, maar omdat het de indruk wekt dat de islam bij de vorming van een Nederlands kabinet een serieus onderwerp zou kunnen zijn, dat als eerste besproken zou moeten worden.

Rutte en Verhagen horen zich diep te schamen dat ze hun handtekening hebben gezet onder een verklaring die opent met deze twee zinnen:

“De drie partijen VVD, PVV en CDA verschillen van mening over aard en karakter van de islam. De scheidslijn zit hem in het karakteriseren van de islam als óf religie óf (politieke) ideologie.”

Alsof het hier (1) om een serieus onderwerp gaat – quod non – en alsof je (2) daarover dan ook nog serieus van mening over kunt verschillen.

De verleiding is groot om bij het tweede punt te blijven staan. Het antwoord is natuurlijk duidelijk. Het is wat Eildert Mulder onlangs in Trouw schreef: de islam is in ieder geval een godsdienst en soms fungeert ze als ideologie. Dat laatste is op twee manieren het geval. Religies kunnen alle mogelijke functies vervullen: politieke, maatschappelijke, economische en zo meer. Dat geldt voor islam en christendom al helemaal. En sommige radicalen gebruiken de islam inderdaad als een politieke ideologie. Met de alledaagse praktijk van vrome moslims die hun dagelijkse rituelen uitvoeren, heeft dat weinig te maken.

De tegenstelling is dus grotesk: het gaat niet om een exclusieve disjunctie. Je kunt niet te doen alsof iemand in alle redelijkheid de opvatting aan zou kunnen hangen dat de islam uitsluitend een politieke ideologie is. Met die toegeving hebben Rutte en Verhagen de grens van de gekte overschreden.

Maar het eerste punt is veel erger. Het gaat hier niet om een serieus onderwerp. In Nederland wonen pakweg 875.000 moslims. Die zijn bij elkaar ongeveer moslim op de manier waarop het overgrote deel van de Nederlanders, zeg zo’n 15 miljoen mensen, christen zijn. De meesten zijn geen regelmatige kerkgangers, maar met kerst gaan velen wel naar de kerk. Bij begrafenissen komt men nog wel eens in een kerk. Vage banden de christelijke traditie zijn er altijd. Zo is het met de moslims ook: die lopen ook op vrijdag de deur van de moskee niet plat.

Het gaat om een kleine groep, minder dan 5% van de bevolking. En we merken er weinig van. We zien meisjes met hoofddoeken. We weten dat veel moslims nu vasten met ramadan. Maar van een islamitische, inhoudelijke inbreng in het maatschappelijk debat is nauwelijks sprake. Ik spreek dagelijks mensen die kennelijk – op grond van hun afkomst, hun naam soms ook – moslim zijn, maar van de islam merk ik vrijwel nooit iets, domweg omdat het onderwerp niet ter sprake komt.

De islam is in Nederland een mediafenomeen. Allerlei kleine incidenten horen we. Dat ze bij islamitische omroepen ruzie maken. Dat het niet goed gaat met een paar islamitische scholen. En zo nog wat. Soms misschien interessant, maar geen thema dat een groot belang heeft en de levens van veel mensen rechtstreeks raakt. En o ja, er is ook nog nieuws uit het buitenland, waarin de islam figureert, maar dat is een ander thema.

Er is dus geen enkele reden om bij het onderhandelen over een regering een speciale verklaring af te geven, waarin het woord ‘islam’ ook maar voorkomt. Dat Mark Rutte en Maxime Verhagen,dat wel gedaan hebben, laat zien hoezeer ze het zicht op de werkelijkheid verloren zijn. En dat valt hun kwalijk te nemen.

Het is het ultieme nihilisme.

One thought on “Het huidige nihilisme

  1. Zoals ik al betoogd heb in een ongeveer gelijkluidende reactie op ‘Rechtstaat’: de populariteit van Wilders is niet te begrijpen zonder de psychologische factor. Zijn populariteit komt door factoren als ontzuiling, ontkerkelijking en snelle globalisering,die heel wat mensen onzeker maken over hun toekomst en de eigen plaats in de samenleving. Wilders beantwoordt aan hun behoefte het eigen ik weer een gezicht te geven – in de media – en geeft hen bovendien iets van heroïek en onversaagdheid mee. Door het geruststellend rechtzetten – in woorden – van diverse euvels voelen zij zich gesteund in hun alledaagse grieven, die vaak ook terecht zijn. Wat centraal staat is dus Wilders’ optreden en dát is in essentie ook waaraan zijn volgelingen behoefte hebben.
    Misschien is het vooral dit element van massapsychologie dat Wilders met het nazisme van ca. 80 jaar geleden verbindt – en niet eens zozeer de negativistische inhoud van zijn betoog. De Canadese historicus M. Eksteins wees er op dat het nazisme draaide om ‘de liefde voor het eigen ik, niet het werkelijke ik, maar het ik dat in de spiegel wordt weerkaatst. Dit narcisme wordt geprojecteerd in een politieke beweging’ (Lenteriten. De eerste wereldoorlog en het ontstaan van de nieuwe tijd (Ned. vertaling 1990). In het nazisme werd de alledaagse werkelijkheid ontkend en ethiek onbelangrijk gevonden. Uitingen van kracht, met gebruikmaking van de massamedia, namen de plaats ervan in. Doel van het bestaan werd de bekrachtiging van het bestaan, ‘voorbijgaand aan kritiek, moeilijkheden en inzicht’. Hitler werd aanvankelijk ook niet beschouwd als de toekomstige redder van het maatschappelijk en economisch bestel van Duitsland (volgens Eksteins een interpretatie achteraf ) maar ‘eerder als een symbool van de revolte, de tegenwerkende kracht, die opkwam voor de berooiden, de gefrustreerden, de vernederden, de werklozen, de haatdragende en boze zielen.’ Wanneer de massa dat symbool, deze Hitler toejuichte, juichte zij eigenlijk zichzelf toe. Zelfbevestiging stond centraal.
    Wanneer Eksteins gelijk heeft, gaat er inderdaad dreiging uit van iemand als Geert Wilders. Bij hem telt de heroïek, al is het (nog) alleen in woorden. Hij is de enige die niet laf is in de Tweede Kamer (zei hij in het debat van sept. 2007). Helemaal tegenin het bestaande beschavingsmodel schildert Wilders geduld, consideratie en nuances af als eigenschappen van lafaards: zij suggereren in zijn visie onzuiverheid. De PVV, aan de zijlijn van het politieke bestel, proclameert ertegenover de cultus van het krachtig handelend optreden en wint erdoor aan aanhang. Nihilisme in optima forma!
    Dat de Islamvrees daarvoor gebruikt wordt als ‘politiek’ speerpunt, doet er in feite niet toe. Is de veronderstelling te gewaagd dat Wilders net zo goed een ander centraal thema had kunnen kiezen? Een thema dat maar aan twee voorwaarden hoefde te voldoen: diverse ontevreden groepen in de Nederlandse samenleving aanspreken zonder dat het hen bloed of geld kost, én geen centraal politiek item zijn in het bestaande politieke bestel??